zoek: in: geavanceerd zoeken >

mijn ACOD online

  login: 
  pasw: 
   
    paswoord vergeten?

Tribune

Als je het mij vraagt: “De regering is de openbare diensten niet goed gezind”
Recent verschenen er in de pers ‘hoeraberichten’ over een aankomend pensioenakkoord over de zware beroepen in de openbare sector. De ACOD deelt dit optimisme echter niet. Waarom?

inhoud Tribune >

agenda

1 januari 2018: Fotowedstrijd 8 mei komitee (algemeen, alle gewesten)

26 januari 2018: Algemene ledenvergadering met receptie afdeling Veurne-Westkust (algemeen, West-Vlaanderen)

Flash player not found

Interview Jean Paul Van Bendegem

1 oktober 2011

“Voor mij mag het altijd wat radicaler”

Jean Paul Van Bendegem is hoogleraar logica en wetenschapsfilosofie aan de VUB. Hij staat bekend om zijn aparte en verwonderde kijk op de samenleving. Tribune sprak met hem over geld, de maakbaarheid van de samenleving en de rol van de openbare diensten.

De openbare diensten staan onder druk door de aankomende besparingsplannen. Steeds opnieuw weerklinkt de rechts-liberale mantra dat ze goedkoper moeten worden en efficiënter moeten werken. Zijn ze volgens jou te duur en inefficiënt?

Jean Paul Van Bendegem: “De laatste jaren stel ik steeds vaker vast dat er in alle onderdelen van de samenleving een doorgedreven economisch denken opduikt – ook op plaatsen waar men dat niet direct zou verwachten. Bijvoorbeeld aan de universiteit merk ik dat men het steeds vaker heeft over ‘investeren in de student’, als zou het een product zijn dat op een ‘markt’ moet worden aangeboden. Ik begrijp die logica wel, maar het kan volgens mij niet de bedoeling zijn dat men uiteindelijk meer geïnteresseerd geraakt in de ‘opbrengst van het product’ dan in het product – dus de student – zelf. De openbare diensten lijden daar net zo goed onder. Ze hebben een zeer specifieke rol: voorzien in diensten die een samenleving nodig heeft, maar waarop ‘de markt’ niet direct zal inspelen omdat er geen winst mee te behalen valt. Dat toont meteen het verschil in doelstelling aan: dienstverlening aan de samenleving versus winstmaximalisatie. Volgens mij mag je niet alles vanuit een marktlogica bekijken en moet je je niet enkel daarop afstemmen. Een samenleving is breder dan een markt en heeft ook noden die zich niet enkel in economische omzet kunnen uitdrukken.”

Regelmatig duikt ook in de pers het beeld op van trage, verouderde en weinig efficiënte openbare diensten en ambtenaren. De privé zou daarentegen steeds dynamischer zijn. Klopt dat beeld?

Jean Paul Van Bendegem: “De private sector is niet per definitie efficiënter dan de openbare. Soms vermindert ze zelfs de efficiëntie door het ontbreken van voldoende controlemechanismen of omdat ze juist winst wil puren uit overbodige controle. Stel dat mensen een ketting vormen om zo met emmers een brandend huis te blussen. Plots komt iemand van een studiebureau langs om de efficiëntie van die ketting te onderzoeken. Hij doet een bevraging, plaatst zich tussen de ketting of vraagt misschien zelfs het hele proces stil te leggen. Tja, op die manier gaat de efficiëntie van de ketting natuurlijk volledig verloren en brandt het huis zeker af. Om maar te zeggen dat de privé de openbare sector vaak beschuldigt van obstructie en inefficiëntie, maar zelf zijn ze er net zo goed schuldig aan. Dat neemt niet weg dat men een goed zicht moet hebben op een organisatie. Maar het evenwicht tussen hoeveel tijd en moeite men steekt in de controle en in de dagelijkse werking van een organisatie, is bijzonder delicaat. Soms laat men gewoon alles beter z’n gang gaan.”

Waarom is de beeldvorming over openbare diensten en ambtenaren dan zo moeilijk te veranderen?

Jean Paul Van Bendegem: “Openbare diensten geven misschien een trage indruk, maar men ziet vaak niet hoe hard er wel gewerkt wordt aan evolutie en innovatie. Mensen vormen zich een oppervlakkig beeld omdat ze de situatie op het terrein niet kennen. Van buitenaf lijkt het een eindeloos gepalaver, terwijl dit vaak functioneel is voor het proces. Alleen zo maak je stukje bij beetje vorderingen. Dit is echter zeer moeilijk te communiceren aan een groot publiek dat steeds grote verwachtingen heeft. Bovendien begrijpt men vaak niet dat beleidsprocessen ontstaan binnen een groep van mensen, die ieder hun eigen wensen, voorkeuren en achtergronden hebben. Ze proberen ieder hun agenda door te drukken, dus de gewenste uitkomst is altijd een verdedigbaar compromis voor alle partijen. Dat vraagt veel tijd en moeite. Men schijnt dat niet langer te beseffen. Neem het voorbeeld van de regeringsonderhandelingen. Gezien het fundamentele karakter ervan ben ik eigenlijk nog niet verbaasd – bijna blij zelfs – dat het zo lang duurt. De onderhandelaars spreken over een staatshervorming. Dat is zo fundamenteel dat ik eigenlijk wel hoop dat ze er hun tijd voor nemen. Trouwens, een onderhandeling die op korte termijn weinig schijnt op te leveren, kan op lange termijn wel een interessante stap zijn geweest. Dat wordt te vaak vergeten. Winst op korte termijn betekent niet altijd een overwinning op lange termijn.”

Is het compromis uit de mode? Wil iedereen altijd z’n volledig gelijk halen?

Jean Paul Van Bendegem: “Een realistische onderhandelaar weet dat hij niet alles kan binnenhalen en leert daar ook mee leven. Bovendien houdt hij rekening met een mislukking. Dat besef schijnt tegenwoordig minder of niet meer te bestaan. Nochtans is het typerend voor onderhandelingen dat ieder van z’n eigen positie vertrekt en men elkaar ergens in het midden ontmoet.”

Hoe zijn we in een samenleving terechtgekomen die zo irreëel denkt? Is dat een fenomeen van de laatste jaren?

Jean Paul Van Bendegem: “Ik ben een aanhanger van de Verlichting en geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Natuurlijk besef ik dat de vooropgestelde idealen en plannen niet voor 100 procent kunnen gerealiseerd worden en soms zelfs mislukken. Maar dat betekent voor mij niet – in tegenstelling tot wat sommigen beweren – het failliet van de maakbaarheid. De maakbaarheid wordt steeds begrensd door de realiteit. Merkwaardig genoeg stel ik tegelijk vast dat sommigen de ‘totale maakbaarheid’ propageren. Alsof je bij de kapper een kapsel uit een magazine uitkiest en je daarna er exact uitziet als het model op de foto. Dat is uiteraard een illusie. Helaas schept die illusie van de totale maakbaarheid, gekoppeld aan het Angelsaksische individualistisch denken, enorme verwachtingen – die niet kunnen worden ingelost.”

Grote verwachtingen scheppen dan ook grote teleurstellingen?

Jean Paul Van Bendegem: “Inderdaad! De rellen in Londen afgelopen zomer zijn daar een voorbeeld van. Het blijkt dat heel veel sociaal achtergestelde wijken waar de rellen plaatsvonden, grenzen aan rijkere wijken. De bewoners worden er dagelijks geconfronteerd met grote rijkdom. Dat doet hen dromen. Maar in hun levenssituatie, zonder werk en goede opleiding kunnen ze dat onmogelijk bereiken. Zo creëer je natuurlijk frustratie, zeker wanneer je voortdurend te horen krijgt dat je volledig op jezelf bent aangewezen om je levenssituatie te verbeteren. Blijkbaar is het ook typisch dat van iedereen verwacht wordt volledig verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen situatie. Dat klopt natuurlijk niet. Sommige mensen in onze samenleving kunnen op eigen houtje, zonder enige hulp gewoon niet hun levenssituatie verbeteren. Koppel de illusie van de totale maakbaarheid van de samenleving aan de illusie van altijd je volledige gelijk te kunnen halen en aan de illusie van de idee dat ieder volledig verantwoordelijk is voor zijn eigen leven. Nogal logisch dat je zo in een harteloze samenleving terechtkomt, waar het hard tegen hard gaat.”

Wat bepaalt de kwaliteit van een samenleving?

Jean Paul Van Bendegem: “Ik meet die af aan de situatie van zij die het het slechtst hebben. Dat verklaart ook mijn woede wanneer ik zie over wat voor kapitalen mensen in de toplaag van de samenleving beschikken. Hun bezit is op geen manier een uitdrukking voor de diensten die ze geleverd hebben. Toch vinden bijvoorbeeld managers zich steeds onmisbaar. Ik heb daar grote twijfels bij. Uiteindelijk maken ze niet op hun eentje het verschil voor hun bedrijf. Hun beslissingen worden steeds gevoed door informatie van een team van medewerkers en de inzet van de andere werknemers. Al lachend stelde ik eens voor om de managers van een bedrijf te kidnappen en hen door acteurs te vervangen. Eens kijken hoe lang het duurt vooraleer men door heeft dat het acteurs zijn. Volgens mij zou dat wel een tijdje duren.”

De vraag is ook waarvoor al die rijkdom gebruikt wordt.

Jean Paul Van Bendegem: “Ik gruwel van het feit dat iemand als Bill Gates (voormalig topman van Microsoft, nvdr) zijn fortuin gebruikt voor zijn eigen vorm van liefdadigheid. In een moderne samenleving mag liefdadigheid hoogstens een fenomeen in de marge zijn, geen essentieel onderdeel. Het probleem van liefdadigheid is dat één persoon of organisatie volledig naar eigen goeddunken een andere persoon of groep helpt. Daarbij is er nauwelijks democratische controle. De omvang van Bill Gates’ liefdadigheid is zo groot dat het zelfs een invloed heeft op de economie van een Afrikaans land – zonder dat er bijsturing of amendering door de bevolking mogelijk is. Een ander voorbeeld van liefdadigheid zijn de rijken die nu aangeven dat ze misschien toch wat extra belastingen willen betalen om de begroting te helpen. Het zou helemaal niet hun eigen beslissing mogen zijn wanneer ze en hoeveel meer ze belastingen willen betalen. Overigens, ooit zei ik in het televisieprogramma ‘Phara’ dat ik vond dat ik te veel betaald werd. Niet dat ik mijn loon zo buitensporig vond, maar het voorziet wel ruimschoots in mijn noden. Persoonlijk zou ik er al gelukkig mee zijn als daaraan voldaan werd. Al besef ik wel dat dat niet voor iedereen het geval is (lacht).”

Hoe beleef je de aanslepende beurscrisis?

Jean Paul Van Bendegem: “Het is absurd en ik kan het nauwelijks begrijpen. Ik heb een wiskundige en filosofische opleiding, maar de economie van de beurs en alles wat daar rond hangt, is voor mij hogere wiskunde, op het theologische af. Wist je dat niets mensen belet om onder elkaar geld te creëren? Als twee mensen elkaar een schuldbekentenis uitschrijven van elk 1 miljoen euro – terwijl die miljoenen niet bestaan of zijn overhandigd – dan kunnen ze met zo’n schuldbekentenis naar een verschillende bank gaan om ieder een miljoen te lenen. De schuldbekentenissen dienen dan als waarborg. Wanneer de banken dat aanvaarden, dan heb je eigenlijk twee miljoen euro gecreëerd die niet bestaan. Dat is dus een praktijk die banken onder elkaar effectief toepassen. Ook het fenomeen van het ‘shorten op aandelen’, vind ik ongelooflijk. Een beursmakelaar leent tijdelijk aandelen – en bezit die dus niet – verkoopt ze aan een andere makelaar en koopt ze later weer terug aan een andere koers. Gewoonweg absurd!”

En ondertussen slagen gewone werknemers er nauwelijks in een eigen huis of appartement te kopen.

Jean Paul Van Bendegem: “Laatst hoorde ik een verhaal van iemand die een boekhandel wilde overnemen en daarvoor 200.000 euro bij de bank wilde lenen. Bleek dat de bank een waarborg van 200.000 euro eiste – dus exact evenveel als de gevraagde lening. Als hij dat geld bezat, had hij toch helemaal niet naar de bank moeten stappen.”

Vakbonden klagen zulke problemen aan, maar ze worden zelden gehoord. Moeten ze iets veranderen aan hun werkwijze? Zijn ze te conservatief of te radicaal?

Jean Paul Van Bendegem: “Voor mij mag het altijd wat radicaler, misschien vandaag nog meer dan gisteren. Volgens mij is er een verkeerde perceptie van vakbonden. Wanneer een organisatie een zekere omvang en stabiliteit krijgt, investeert ze steeds een zekere tijd en middelen in het behoud van die basis. Door buitenaf worden acties die gericht zijn op het behoud van stabiliteit helaas vaak gezien als een vorm van egoïsme. Maar dat is een noodzaak voor elke organisatie en niet per definitie negatief. Natuurlijk mag wel niet alle tijd en energie in die stabiliteit gestoken worden. Je moet openstaan voor de toekomst en voor verandering. Langs de andere kant geloof ik niet dat de samenleving zodanig snel verandert dat je je voortdurend moet heruitvinden en aanpassen. De grote onderstroom van de samenleving blijft redelijk stabiel.”

Waarom hebben vakbonden moeite om jongeren aan te trekken? Ook bij jongeren moet er toch nood zijn aan collectieve belangenbehartiging en discussie?

Jean Paul Van Bendegem: “Het individualistisch denken bij jongeren is dominant. Het is heel moeilijk om het collectief denken terug te introduceren. Gelukkig merk ik wel dat er langzaam terug een besef groeit bij jongeren dat in deze individualistische samenleving wat meer samenhorigheid en solidariteit positief kan zijn. Belangrijk is dat jongeren een sociaal alert bewustzijn wordt aangeleerd. Dat ze leren om de samenleving kritisch te benaderen en niet enkel te zien wat er wel is, maar ook wat er niet is. Wanneer je een bedelaar ziet, moet je niet enkel oog hebben voor de vuile kleren. Je moet je ook afvragen: hoe is die persoon in die situatie terechtgekomen?”