zoek: in: geavanceerd zoeken >

mijn ACOD online

  login: 
  pasw: 
   
    paswoord vergeten?

Tribune

Als je het mij vraagt: “Wanneer de nood het hoogst is, staan openbare diensten voor je klaar”
Op 13 februari 2019 was er voor het eerst in 5 jaar een algemene staking. Hoewel de aanleiding voor de staking het vastlopen van de onderhandelingen voor het interprofessioneel akkoord (IPA) was, dus een probleem voor de private sector, sprongen de vakbonden van de openbare toch mee op de kar. Waarom?

inhoud Tribune >

agenda

4 april 2019: Evocatie van de Spaanse burgeroorlog (algemeen, Antwerpen)

18 april 2019: Senioren ACOD Overheidsdiensten bezoeken Oostende (senioren, Oost-Vlaanderen)

Interview Anne Demelenne

1 november 2013


“Syndicalist zijn is moeilijk, maar een vrouwelijke syndicalist zijn, is nog moeilijker”

Minder bekend in Vlaanderen, maar daarom niet minder strijdvaardig dan Rudy De Leeuw, is Anne Demelenne. Sinds 2006 is zij algemeen secretaris van het ABVV en voorzitster van het Waals ABVV. De media stellen haar graag voor als de ‘Madame Non’ van de vakbond, maar Tribune vond haar heel bereid om te antwoorden op onze vragen over de syndicale actualiteit.

Het voorbije jaar zochten de sociale partners naar een oplossing om de discriminaties tussen arbeiders en bedienden op de arbeidsmarkt weg te werken. De gesprekken waren zeer moeilijk, maar nu is er een akkoord. Ben je tevreden met het bereikte resultaat?

Anne Demelenne: “Om te beginnen wil ik duidelijk stellen dat het eigenlijk geen onderhandeld akkoord is. De gesprekken met de werkgevers toonden aan dat ze een heel andere visie op het probleem hebben dan de vakbonden. Daarom zijn we onderling nooit tot een akkoord gekomen. Wat er nu is, is een compromis dat de regering voorlegde op basis van de standpunten van de sociale partners. Omdat het Grondwettelijk Hof had beslist dat tegen juni 2013 de discriminaties moesten weggewerkt zijn, nam de regering de zaken in handen om geen juridische onzekerheid te creëren voor arbeiders en bedienden. In dit compromis zijn er elementen die we goed vinden en andere die voor ons onvoldoende zijn. Tevredenheid is dus niet het juiste woord.”

Welke elementen zijn voor het ABVV positief?

Anne Demelenne: “Vanaf 1 januari 2014 verdwijnt de carenzdag voor de arbeiders (waardoor zieke arbeiders de eerste ziektedag geen vergoeding krijgen, nvdr). Verder zal voor wat betreft de bestaande contracten bij de ontslagvergoeding voor bedienden rekening worden gehouden met de anciënniteit en ook voor de arbeiders komt er een aanpassing in die zin, wat voordien nog niet het geval was. Voor de nieuwe contracten komt er een geharmoniseerd systeem. Ook positief is dat er geen ‘plafond’ komt voor de in aanmerking genomen jaren anciënniteit bij de ontslagvergoeding voor bedienden.”

Waar is het ABVV minder gelukkig over?

Anne Demelenne: “Bedienden met hoge inkomens zullen in de toekomst een lagere ontslagvergoeding krijgen, tenzij er op bedrijfsniveau of via individuele onderhandelingen andere afspraken zijn gemaakt. De kosten voor de staat, dus voor de belastingbetaler, zullen wellicht ook hoger oplopen. Normaal zouden immers de werkgevers de kosten van de harmonisatie moeten dragen. Dat zal nu slechts ten dele het geval zijn, omdat de staat voor een deel tussenkomt. Daarom hebben we gevraagd dat er een monitoring komt, die de nieuwe regeling zal evalueren. Tot slot hebben we ook vastgesteld dat sommige sociale partners hun houding inzake controle op zieke werknemers verhard hebben nu de carenzdag is afgeschaft.”

Welke punten ontbreken nu nog in de harmonisatie van het statuut arbeiders-bedienden?

Anne Demelenne: “We hebben slechts een deel van de discriminaties behandeld. Er ligt nog heel wat op tafel: de harmonisatie van de jaarlijkse vakantieregeling van arbeiders en bedienden, de inkomensgarantie bij ziekte, de tijdelijke werkloosheidsregelingen, het betalingssysteem van de salarissen, de barema’s, de collectieve arbeidsrelaties,... Er is dus nog werk genoeg! Minister van Werk Monica De Coninck wil die overblijvende punten graag opgelost zien tegen 1 januari 2014. Gezien de manier waarop de onderhandelingen tot nu toe verlopen zijn, lijkt me dat veeleer onwaarschijnlijk.”

Je blijft wel optimistisch over een uiteindelijke oplossing?

Anne Demelenne: “Het ABVV heeft steeds onderhandeld met een duidelijk mandaat van de centrales. We zijn altijd transparant geweest wat betreft de gesprekken en hebben steeds geprobeerd de centrales maximaal te betrekken. Op basis daarvan hebben we naar oplossingen gezocht. Wegblijven van de onderhandelingstafel was voor ons nooit een optie. Het gaat immers om een dossier dat vier miljoen werknemers treft. Uiteraard is het als vakbond nooit eenvoudig om deel te nemen aan dergelijke gesprekken. Je komt naar de onderhandelingstafel met bepaalde verwachtingen en wensen, maar het resultaat zal die slechts zelden allemaal inwilligen. Maar dat maakt deel uit van het beroep van syndicalist. Soms moet je risico’s durven nemen in het belang van de werknemers.”

De harmonisatie van het statuut arbeiders-bedienden streeft op termijn naar één statuut voor alle werknemers uit de private sector. Wat zullen de gevolgen zijn voor de structuur van het ABVV. Zullen centrales moeten fuseren?

Anne Demelenne: “We willen steeds dat onze centrales zo dicht mogelijk bij de realiteit van de werkvloer staan. Daarom zijn ze nu ook per activiteitsector georganiseerd en daarom bestaat er ook een onderscheid tussen arbeiders-, bedienden- en ambtenarencentrales. Op de ACOD zal de harmonisering van het statuut arbeiders-bedienden minder invloed hebben. Hoe dan ook houdt het ABVV altijd rekening met de realiteit van de arbeidsmarkt. Als die verandert, moeten onze structuren daarop inspelen. Dit is een kans voor het ABVV en haar centrales om zich aan te passen ten voordele van de werknemers en om zich klaar te maken voor toekomstige uitdagingen. We zien nu sectoren die vroeger niet of nauwelijks bestonden, zich ontwikkelen. Het is belangrijk dat we als vakbond ook aanwezig zijn in bedrijven die in die sectoren actief zijn. Die evolutie is nu al gaande, kijk maar naar de samenwerkingsverbanden tussen centrales. Dat zal in de toekomst nog veel vaker gebeuren.”

De onderhandelingen over het statuut arbeiders-bedienden toonden aan dat het sociaal overleg in België een moeilijke periode doormaakt. Sommigen verklaarden het voor dood. Heef het nog een toekomst?

Anne Demelenne: “Het Belgische sociaal overlegmodel heeft het steeds moeilijk in tijden van crisis. Dat was in het verleden, tijdens de jaren ’80 en ’90, ook al het geval. Sinds 2008 zijn we ook in zo’n crisis verzeild, met alle sociale problemen van dien. Onderhandelen werd een stuk moeilijker omdat de marge sterk werd beperkt. We hebben bijvoorbeeld de indexering van de lonen wel kunnen behouden, maar toen de regering in 2012 een loonbevriezing oplegde, werden verdere loonsverhogingen uitgesloten. Die beslissing was weinig bevorderlijk voor een sociaal overleg dat al stroef verliep. Voor het ABVV was het op dat moment onmogelijk om aan de onderhandelingstafel te blijven. Ze namen immers een van onze belangrijkste onderhandelingspunten weg.”

Heeft de samenstelling van de regering daar iets mee te maken?

Anne Demelenne: “Uiteraard! We voelen de druk van de liberalen in de regering. Ze viseren voortdurende de loonkosten, maar verkiezen de ogen te sluiten voor de energiekosten, de financieringskosten en de subsidies die werkgevers van de overheid ontvangen. Hun focus ligt enkel op de salariskosten van de werknemers, terwijl die slecht een deel van de discussie vormen en over het algemeen slechts een vijfde van de kosten voor de werkgever uitmaken. De energiekosten zijn doorgaans veel belangrijker. Uiteindelijk gaat het om een verschil in ideologie. De ABVV-eisen gaan over koopkracht, kwaliteitsvol werk, behoud van openbare diensten en behoud van een sociale zekerheid die mensen in staat stelt op een menselijke manier te leven. Dat zijn punten die altijd lijnrecht tegenover liberale eisen staan en die de onderhandelingen beslist niet vergemakkelijken. Bovendien krijgen we tijdens het sociaal overleg ook af te rekenen met ideologische instellingen van de werkgevers die onze standpunten al evenmin gunstig gezind zijn.”

Is er een gebrek aan geld om goede sociale akkoorden te sluiten?

Anne Demelenne: “Het geld is er, het hangt er alleen van af hoe je het wil besteden. Omdat bedrijven steeds meer gefinancierd worden door externe investeerders die een 'return on investment' willen, keren bedrijven hun winsten vooral uit aan de aandeelhouders. Op die manier vloeit de winst niet terug naar de werknemers of het bedrijf zelf. Dat is nefast voor de koopkracht van de werknemers, voor de groei en voor de investeringen in het bedrijf. Op die manier zagen de werkgevers eigenlijk de tak af waarop ze zitten. Hoe wil je dan de Belgische export doen stijgen? Het blijft een kwestie van keuzes maken.”

Wat stelt het ABVV voor?

Anne Demelenne: “We moeten erop blijven hameren dat er alternatieven bestaan om de koopkracht te verhogen. Er is een relance nodig die gebaseerd is op een eerlijke fiscaliteit. We hebben nood aan hefbomen die onze economie aantrekken. Helaas worden die gebroken door Europa, dat ons een besparingsbeleid oplegt. Daardoor dalen de investeringen in de openbare diensten, de sociale zekerheid en de economie. Dat is dramatisch, want goede en kwaliteitsvolle openbare diensten zijn essentieel voor onze economie. Ze ondersteunen de burgers en trekken buitenlandse investeerders aan. Immers, als de infrastructuur van wegen, spoorwegen en waterwegen goed is, word je als land interessant voor een bedrijf.”

Op welke manier maakt het ABVV het verschil in de maatschappij?

Anne Demelenne: “Het ABVV is steeds de motor van de sociale actie in België geweest. Wij maken kritische analyses van dossiers die te maken hebben met bijvoorbeeld koopkracht, werkgelegenheid of fiscaliteit. We doen ook voorstellen om zaken te veranderen en te verbeteren. Het is niet omdat onrecht bestaat, dat het moet blijven bestaan. Er zijn altijd alternatieven, het hangt gewoon af van politieke keuzes. We staan steeds ten dienste van de werknemers.”

Niet zelden krijgt het ABVV gelijk met haar analyses, maar meestal pas achteraf.

Anne Demelenne: “In de academische wereld vinden we veel steun voor onze analyses; vaak delen academici die. Het is inderdaad zo dat wanneer wij ze maken ze veel te weinig gehoord worden, maar wanneer iemand uit de academische wereld tot dezelfde conclusie komt, die meer bijval krijgt. Maar ik maak mij daar ook niet zoveel zorgen over. Het ABVV telt 1,5 miljoen leden en de laatste 10 jaar zagen we ons ledenaantal met 20 procent toenemen. Dat is volgens mij een bewijs van vertrouwen. Zoveel werknemers zouden niet voor ons kiezen als we hun individuele en collectieve rechten niet op een correcte manier zouden verdedigen.”

Je wordt wel eens voorgesteld als de ‘Madame Non’ van de vakbond. Een terechte omschrijving?

Anne Demelenne: “Ik heb inderdaad geleerd ‘neen’ te zeggen, wat niet altijd makkelijk is. Tegenwoordig worden mensen opgevoed om zomaar alles te aanvaarden. ‘Neen’ zeggen in onze maatschappij is iets wat je moet leren. Maar enkel ‘neen’ zeggen volstaat niet. Tegelijk moet je ook voorstellen durven doen om je waarden van solidariteit en sociale rechtvaardigheid te verdedigen. Je moet ‘neen’ durven zeggen tegen sociale achteruitgang. Helaas focust men meestal enkel op wat we wel als vakbond afwijzen en veel minder op de alternatieven die we voorstellen. Men luistert vooral naar ons omdat we grote groepen mensen kunnen mobiliseren. Er is spijtig genoeg veel minder aandacht voor het verhaal van sociale vooruitgang dat we promoten.”

Als topvrouw van het ABVV ben je een opvallende figuur in een mannenbastion. Vind je jezelf een rolmodel voor andere vrouwen?

Anne Demelenne: “Vakbondswerk is altijd teamwerk. De samenstelling van die teams is altijd divers en tussen de leden bestaat een grote complementariteit. Ieder lid heeft zijn eigen kwaliteiten, of het nu om mannen of vrouwen gaat. Onze organisatie telt 45 procent vrouwelijke leden, dus zouden we die ook in onze vakbondsvertegenwoordigingen moeten zien. Dat is helaas nog niet het geval en daar maken we ons zorgen over. We proberen dat wel te verbeteren door bijvoorbeeld quota’s op te leggen aan onze beleidsorganen.
Natuurlijk is het niet eenvoudig om een vrouw te zijn op een toppositie binnen het ABVV. Onze vakbond weerspiegelt immers onze maatschappij en helaas ook het machisme ervan. Syndicalist zijn op zich is al moeilijk, maar een vrouwelijke syndicalist zijn, is nog moeilijker. Je voelt immers het gewicht van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.”

Verwijs je daarmee naar de combinatie van werk en gezin?

Anne Demelenne: “Zeker! Veel vrouwen bevinden zich niet aan de top van een organisatie of bedrijf omdat ze vaak nog een tweede job thuis hebben. Carrière en gezin combineren is op zich al een uitdaging, maar in deze tijd is het nog moeilijker dan ooit! Het werkritme is nu bijzonder hoog, wat vaak zorgt voor stress en soms leidt tot burn-outs. Daarom moeten we onze manier van werken veranderen: zowel mannen als vrouwen hebben daarbij te winnen. Alleen zo kunnen we onze gezondheid redden en vrouwen een kans geven hun carrièredromen te realiseren.”