Nieuwe decreten = nieuwe tuchtprocedure

Nieuws donderdag 4 januari 2007




In uitvoering van het Gemeente- en het Provinciedecreet formuleerde de Vlaamse regering een voorstel over de procedure bij een tuchtonderzoek en de samenstelling van een beroepscommissie. Wij geven een overzicht van de regels en onze argumenten waarom we beslisten een protocol van niet-akkoord af te sluiten.

Sinds 1 januari 2006 werken de gemeenten en provinciebesturen op grond van decreten. Het Lambermont-akkoord breidde immers de bevoegdheden van Vlaanderen voor de lokale besturen uit. Deze bevoegdheidsuitbreiding leidde tot het opstellen van een Gemeentedecreet dat de meeste artikelen in de Gemeentewet vervangt en een Provinciedecreet dat voor een groot stuk de Provinciewet vervangt. Ondanks deze communautarisering blijft de Gemeentewet in afgeslankte versie voortbestaan. De Federale Overheid is immers nog bevoegd voor politie, brandweer, de burgerlijke stand en de pensioenstelsels. De meeste van de in de decreten voorziene artikels treden in voege op 1 januari 2006. Op het vlak van tucht zullen echter zowel het Provinciedecreet als het Gemeentedecreet ingang vinden op 1 januari 2007.


Voorstel Vlaamse regering

De basis van betuchtiging van het personeel vinden we terug in Hoofdstuk VI van zowel het Gemeente- als het Provinciedecreet. Daarin wordt echter bepaald dat de Vlaamse regering de termijnen en de nadere procedureregels van de tuchtprocedure vaststelt. De afgelopen weken formuleerde de Vlaamse regering een voorstel over de uitvoering daarvan. Inhoudelijk ging het over: een ontwerpbesluit over de procedure en een ontwerpbesluit over de beroepscommissie voor tuchtzaken.


De procedure

Het uitvoeringsbesluit omschrijft uitgebreider dan het decreet de regels voor het tuchtonderzoek en het tuchtverslag. Met dit voorstel wil de Vlaamse regering de tuchtprocedure vereenvoudigen, waarbij naar een evenwicht wordt gestreefd tussen de waarborgen voor het betrokken personeelslid en een efficiënt personeelsbeleid.
Na het onderzoek door een leidinggevend personeelslid of de gemeentesecretaris (provinciegriffier) wordt het tuchtverslag samen met het tuchtdossier voorgelegd aan de tuchtoverheid, die binnen de twee maanden oordeelt over het gevolg dat zij geeft aan de voorgelegde zaak.

Bij vervolging van een personeelslid wordt deze opgeroepen voor een hoorzitting. Het ontwerp bepaalt de modaliteiten van de oproep. Ook de organisatie van de hoorzitting en de toezending van het procesverbaal komt in het besluit uitvoerig aan bod. In een apart hoofdstuk heeft het ontwerp het over de beraadslaging door de tuchtoverheid en over de kennisgeving aan de betrokkene.
Binnen de nieuwe procedureregels voorziet de overheid net zoals vroeger de ordemaatregel, namelijk de preventieve schorsing.


De beroepscommissie

De oprichting van een externe beroepscommissie en de werking hiervan is een nieuw gegeven binnen de beroepsmogelijkheden van een personeelslid. Met deze oprichting treedt immers een beroepscommissie in de plaats van de Vlaamse minister van Openbaar Ambt. Deze commissie treedt dus autonoom op, los van de Vlaamse regering.

In een apart ontwerpbesluit regelt de Vlaamse regering de samenstelling, de vergoeding en de werking van de beroepscommissie voor tuchtzaken. Belangrijk om weten is dat deze externe commissie bestaat uit drie leden die door de Vlaamse regering worden benoemd voor een periode van zes jaar. Eén van de drie leden moet het ambt van magistraat van het openbaar ministerie uitoefenen of optreden als werkend rechter.
Een belangrijke nieuwigheid binnen de beroepsprocedure is dat de beroepscommissie beschikt over een hervormingsrecht. Met dit recht kan de commissie een andere waardebepaling geven aan de ten laste gelegde feiten.


Ons standpunt

In tegenstelling tot de collega’s van het ACV oordeelden we om een protocol van niet-akkoord af te sluiten. Dit zijn onze argumenten hiervoor:

- eens te meer moesten we vaststellen dat dit soort van belangrijke regelgeving op een drafje door het Comité C1 wordt gejaagd, waarbij een serieuze terugkoppeling naar onze leden quasi onmogelijk wordt gemaakt.
- indien we als tuchtverdedigers getuigen willen oproepen, dan moeten we de namen 10 dagen op voorhand meedelen. Ook voor het toevoegen van stukken bij een tuchtprocedure geldt dezelfde termijn. De sector vreest dat deze termijn onze mogelijkheden limiteert om verdedigingsmiddelen degelijk op te bouwen.
- wij menen dat een paritaire samenstelling van de commissie meer evenwicht voor het beroep zou inhouden.
- het voorzien van een hervormingsrecht kan tot gevolg hebben dat er een zwaardere sanctie wordt opgelegd. Dit laatste zal heel wat leden die betrokken zijn in een tuchtprocedure tegenhouden om een beroep in te dienen.


Door het Regionaal Uitvoerend Bureau werd beslist te voorzien in vorming voor onze militanten rond de praktische toepassing van de nieuwe tuchtregels. Die wordt gepland voor volgend jaar. De teksten zijn nu al te verkrijgen op het Regionaal Secretariaat, tel. 02/508.58.25 of via mail: walter.bormans@acod.be