Gevolgen Vlaams regeerakkoord scheppen verdeeld beeld in het onderwijs

Nieuws maandag 11 maart 2019

 


Natuurlijk kan men het werk van een regering pas echt beoordelen op het einde van de legislatuur, maar uit het regeerakkoord leren we ook al veel, zeker als we kritisch lezen. Over het regeerakkoord van de regering Jambon kunnen we ons niet in een of twee woorden uitspreken. Sommige maatregelen lijken ons positief, andere negatief. Bovendien is het akkoord op veel punten vaag en vrijblijvend. We zullen dus moeten afwachten hoe deze punten concreet ingevuld worden.

Werkdruk


Het regeerakkoord bevat maatregelen om de werkdruk te bestrijden. De regering erkent alvast de resultaten van het grote tijdsbestedingsonderzoek en wil de focus weer op de kernopdracht leggen. ACOD Onderwijs heeft destijds haar schouders gezet onder dit onderzoek en haar leden opgeroepen eraan deel te nemen. Het doet ons plezier dat die inspanning nu beloond wordt.

Er komt een meldpunt voor planlast en irriterende regeldruk. In de school krijgt het personeel inspraak in de aanpak van de planlast. Ook de inspectie past haar werkwijze hieraan aan. Zij baseert zich hiervoor voortaan op concrete resultaten en niet op nutteloze rapporteringen. Bovendien zal ze ook aanbevelingen doen over het terugdringen van de planlast.

De juridisering van het onderwijs zorgt voor een enorme verantwoordingsdrang en dus ook voor planlast. Er wordt gestreefd naar concrete maatregelen om deze tendens te keren.

Leerkrachten en directies kunnen – na overleg met de ouders en op basis van objectieve diagnostiek – beslissen om een kind met beperkingen niet op te nemen in het gewoon onderwijs.

Het M-decreet wordt het begeleidingsdecreet. Het is niet duidelijk of dit de werkdruk zal doen afnemen.

Het kleuteronderwijs krijgt evenveel middelen als het lager onderwijs. Extra kinderverzorgsters in het kleuteronderwijs zullen zorgen voor meer handen in de klas.

Directies in het basisonderwijs krijgen extra administratieve, pedagogische en beleidsondersteuning in functie van het aantal personeelsleden. We weten nog niet of de regering hier het aantal ‘koppen’ of het aantal voltijdsequivalenten als basis zal nemen.

Ten slotte wil de regering de middelen vooral in de klas inzetten, wat wij uiteraard toejuichen. De grote uitdaging zal zijn de achterpoortjes gesloten te houden, anders zullen de middelen die voor de leerlingen bestemd zijn, toch elders terechtkomen.


Sociale gevolgen


Het regeerakkoord bevat ook maatregelen met een sociale impact. Deze zijn niet allemaal positief.

De regering erkent dat de zorg voor kwetsbare jongeren niet aan de schoolpoort ophoudt en dat er meer aandacht moet zijn voor jeugdzorg.

Lokale gezinscoaches zullen kwetsbare gezinnen ondersteunen in alle levensdomeinen, bijvoorbeeld wanneer het moeilijk is schoolfacturen te betalen.

In de strijd tegen armoede worden rechten waar mogelijk automatisch toegekend.

In de kinderopvang krijgen kinderen van werkende ouders voorrang op kinderen van werkzoekende ouders. Wat dan met werkzoekende leerkrachten die plots een vervangingsopdracht aangeboden krijgen en geen plaats hebben in de kinderopvang? Deze regering mag de toegang tot de kinderdagverblijven niet bemoeilijken voor bepaalde kwetsbare ouders. Het enige juiste antwoord is het creëren van bijkomende capaciteit. Voor kinderen die in taalarme gezinnen opgroeien, is het immers zeer belangrijk dat zij heel snel in een taalrijke omgeving opgevangen worden. Het zal hun slaagkansen in de schoolloopbaan ten goede komen.

De rol van de internaten in het onderwijslandschap wordt bekeken, alsook de ontoereikende financiering.

Door het principe van de dubbele contingentering moesten de scholen streven naar een gezonde mix van ‘kansarme’ en ‘kansrijke’ kinderen. Dit werkte in beide richtingen. Eenvoudig gesteld: scholen met veel ‘kansarme’ leerlingen, moesten bij de inschrijvingen voorrang geven aan ‘kansrijke’ kinderen. Dit principe was al afgevoerd in het secundair onderwijs en gaat nu ook in het basisonderwijs op de schop, omdat de regering ‘kiest voor maximale vrijheid voor ouders om een school naar wens te kiezen voor hun kinderen’.

We vrezen dat door de bijzondere aandacht voor de kennis van het Nederlands de SES-middelen te veel gebruikt zullen worden voor het wegwerken van taalachterstand. Hierdoor worden andere uitdagingen genegeerd.


Loopbaan


Op vlak van de loopbaan zien we positieve punten, maar ook minstens één knipperlicht.

Om meer mensen naar het onderwijs te lokken en tegelijkertijd de uitstroom tegen te gaan, zal de regering een onderwijsambassadeur aanstellen. Wij vragen ons af wat één persoon hier kan bijdragen. Wij noemen dit een zuivere pr-operatie.

De regering wil maatregelen nemen die sneller leiden tot een duurzamere aanstelling, wat goed nieuws is voor startende leerkrachten.

Als de lerarenplatforms in het secundair onderwijs positief geëvalueerd worden, dan zullen ze worden uitgebreid. Andermaal goed nieuws voor de starters.

Enerzijds wil de regering een bindende toelatingsproef invoeren voor de lerarenopleiding, anderzijds wil ze de toegang vergemakkelijken onder meer door LIO-banen of door de anciënniteit van zij-instromers soepeler te erkennen. Het ene lijkt ons in tegenspraak met het andere.

De evaluatieprocedure wordt herzien. Volgende passage suggereert dat dit eerder zal leiden tot een versoepeling van de procedure en de verzwakking van de rechten van het personeel: “Niet functionerende personeelsleden moeten we kunnen laten gaan”, leest de tekst. Beter ware geweest: “Minder goed functionerende personeelsleden krijgen tijd en ruimte om te professionaliseren.” Wij zullen dit punt alleszins van dichtbij opvolgen.


Vakinhoud


Ook op vlak van de vakinhoud zal een en ander veranderen en dat stemt ons niet altijd tot vreugde.

Positief voor ons: de eindtermen en leerplannen worden gekoppeld aan vakken. Als die geclusterd zijn, moet dat verduidelijkt worden.

De inspectie zal meer focussen op individueel en collectief huis­onderwijs. De controle op het (collectief) huis­onderwijs – de privéscholen – zal plaatsvinden op de leslocaties waar het onderwijs plaatsvindt.

Er komt een weten­schappelijke evaluatie van de impact van CLIL – vakken die geen taalvak zijn en toch onderwezen worden in een andere taal – op de leerprestaties van de leerlingen.

Dat er zo veel nadruk ligt op STEM, bevalt ons minder. Bestaat er dan niets anders meer, zoals schoonheid – kunst, muziek… – en sociale vaardigheden?

De regering wil volop inzetten op duaal leren. Het is voorlopig niet duidelijk wat dit voor het personeel (en voor de leerlingen) zal betekenen.

Leerkrachten krijgen de kans om verder te professionaliseren via navorming. Wij vinden dat een goed idee, indien het de leerkracht zelf is die zijn noden en traject bepaalt en niet de school.

De pedagogische begeleidingsdiensten zullen voortaan meer vraaggestuurd werken. Dit betekent ongetwijfeld dat ze meer vragen zullen krijgen. Tegen de achtergrond van de besparingen die de pedagogische begeleidingsdiensten zullen treffen, lijkt dit ons weinig realistisch.

De regering wil met ‘regelmatige, gestandaardiseerde, genor­meerde en gevalideerde net- en koepeloverschrijdende proeven’ de kwaliteit garanderen. Wij vrezen dat dit in veel scholen zal leiden tot ‘teaching to the test’. Bovendien zijn we zo maar een stap verwijderd van ‘rankings’. Uiteindelijk zal dit de leerlingen weinig baat brengen, integendeel.

Het decreet Leerlingenbegeleiding wordt geëvalueerd. Opvallend: het CLB wordt nergens vermeld.

 

Overige elementen die aandacht verdienen


Er komt meer transparantie in de structuur van het secundair onderwijs – wat wij toejuichen – maar de brede eerste graad wordt afgeschaft en dat is een rem op de democratisering van het onderwijs.

Als een school van het officieel onderwijs wordt overgedragen, dan zal men in eerste instantie proberen ze binnen officieel onderwijs te houden.

Bij een fusie van scholen wordt het personeel nauwer betrokken alvorens de beslissing genomen wordt.

Deze voornemens vinden wij goed.

Op het vlak van de levensbeschouwing stellen we twee pijnpunten vast.

De levensbeschouwelijke neutraliteit – we spreken ons hier enkel uit over het personeel, niet over de leerlingen – zal enkel in het GO! en het provinciaal onderwijs gelden, niet in het onderwijs van steden en gemeenten.

De vervanging van één uur levensbeschouwelijk vak door het vak LEF in de derde graad zal alleen in het GO! gebeuren. Wij vinden dat ieder kind – in ieder net – vanaf de eerste graad een vak LEF moet krijgen naast – en dus niet ter vervanging van – een uur levensbeschouwelijk vak.

Leren stopt niet wanneer we de schoolpoort achter ons hebben dichtgeslagen. Duaal leren wordt zowel in het hoger onderwijs als in het volwassenenonderwijs opgestart.

De Centra voor Basiseducatie vervullen niet enkel een rol in het onderwijs, maar blijven instaan voor inburgering en integratie.

Het DKO-decreet wordt bijgestuurd om tot een rationeel onderwijsaanbod te komen.


Besluit


Het is dus niet eenvoudig om in kort bestek te oordelen over dit regeerakkoord. Het bevat wel degelijk positieve elementen, maar evenzeer ambigue en negatieve. Bovendien is het nog afwachten hoe en in welke mate al deze punten – de positieve en de negatieve – zullen worden ingevuld.

We aanvaarden niet dat de werkingsmiddelen – die van het basisonderwijs uitgezonderd – niet geïndexeerd worden en dat de subsidies voor projecten met zes procent verminderd worden. Wij vinden dat onderwijs investeringen nodig heeft, geen besparingen.

ACOD Onderwijs zal dus waakzaam zijn en de uitvoering van dit regeerakkoord van dichtbij opvolgen.


Nancy Libert


Dit artikel verscheen in Tribune 75.11