Kerntakenplan Vlaamse overheid - Doel: afbouw overheidsdiensten

Nieuws woensdag 29 oktober 2014


In het recent afgesloten regeerakkoord van de Vlaamse regering vonden we een onrustwekkend zinnetje over de verplichting voor de overheidsdiensten om tegen 1 januari 2015 een kerntakenplan op te stellen. Daaruit begrijpen we dat deze Vlaamse regering de afbouw van de openbare dienstverlening als een prioriteit beschouwt. Nog voor de ministers hun beleidsnota’s hebben afgeleverd, heeft de administratie blijkbaar al een heel pakket van richtlijnen klaar om dit aan te pakken.

Het regeerakkoord stelt: “We kiezen voor een slanke overheid, die betere resultaten levert met minder, maar meer doelgericht ingezette middelen. In elk beleidsdomein waarop de Vlaamse overheid actief is, wordt tegen 1 januari 2015 een kerntakenplan opgemaakt, dat aangeeft welke van de huidige activiteiten van de departementen en agentschappen meer en minder essentieel zijn om de beleidsdoelstellingen te bereiken en de dienstverlening te verzekeren. Elk domein komt daarbij na het nodige politiek-ambtelijke overleg, tot een lijst van af te bouwen activiteiten.” Dat belooft weinig goeds.

Richtlijnen voor het kerntakenplan

De richtlijnen voor de aanpak van het kerntakenplan omvatten vooral de volgende punten:
- De principes van het proceshuis en het doelstellingenmanagement van de Vlaamse overheid. Men wil daar pragmatisch mee omgegaan. Er wordt gekozen voor het niveau van detail dat nuttig en nodig is voor het kerntakendebat.
- Men focust op de kernprocessen. Dat zijn de processen die essentieel zijn om de producten of diensten van de organisatie te leveren.
- Deze worden naast de strategische beleidsdoelstellingen per beleidsdomein gelegd, afgesproken tussen de leidend ambtenaren en in overleg met het politieke niveau. Het is in deze eerste fase van de kerntakenplanning niet de bedoeling om een gedetailleerde analyse te maken van hoe de kernprocessen gekoppeld zijn aan de strategische doelstellingen. Die analyse moet gebeuren in het voorjaar van 2015.
- Eerst wordt dus enkel kwalitatief beoordeeld in welke mate de kernprocessen significant bijdragen tot deze doelstellingen. De leidend ambtenaren per beleidsdomein en het politieke niveau gaan dit in overleg doen. Zij maken daarbij gebruik van de volgende beoordelingswaarden:
- vatbaar voor afbouw
- (deels) over te hevelen naar het lokale bestuursniveau
- optimalisatie aangewezen
- behouden in de huidige vorm
- activiteit verder te versterken
- nieuw in te voeren.
- Het kerntakenplan wordt door de administratie van het beleidsdomein opgemaakt in afstemming met de bevoegde minister(s) en vervolgens naar de Vlaamse regering gebracht.
- Er moet gezorgd worden voor de nodige afstemming met lopende transitietrajecten.

Kerntakensjabloon

Iedereen krijgt ook een speciaal kerntakensjabloon om in te vullen, vooral met de productieprocessen en de datacijfers die daarbij horen. De oranje knipperlichten gaan bij de ACOD spontaan branden wanneer we te horen krijgen dat een belangrijk in te vullen deel gaat over het totaal aantal actuele bruto VTE’s (juni 2014), verdeeld over de verschillende niveaus (A, B, C, D) en over een jaarlijks budget met verwijzing naar het begrotingsartikel. Men wil dus duidelijk het personeelsaantal en het budget kunnen inschatten voor besparingen en afbouw van diensten.

Uitdieping van het kerntakenplan

In het voorjaar van 2015 zal men het kerntakenplan verder moeten uitwerken tot een implementatieplan. De toetsing aan de gewenste resultaten en maatschappelijke effecten zal in deze fase belangrijk zijn.

Afbouw van diensten en personeel

Het is overduidelijk dat de Vlaamse regering met dit kerntakenplan (geen kerntakendebat) een stap verder wil zetten in de afbouw van de dienstverlening en het personeelsaantal. Door de vorige besparingen, met een personeelsafvloeiing van 2200 mensen, is gebleken dat het niet meer houdbaar is om ‘meer te doen met minder’. Iets wat wij altijd gezegd hebben.
Een bijkomende personeelsafvloeiing van 1950 overheidspersoneelsleden staat in de steigers. De enorme werkdruk en werkstress maken slachtoffers. Maar in plaats van personeel extra te voorzien voor de taken en diensten, wil men nu de dienstverlening gaan verminderen.
Onmiskenbaar is dit een rechtse ideologische keuze: minder geld en personeel geven aan de overheid, maar wel meer aan de privésector om die taken uit te voeren. Deze stap naar privatisering, uitbesteding en outsourcing is stuitend en onaanvaardbaar. Het spreekt voor zich dat de ACOD en haar afgevaardigden dit zal opvolgen en zal protesteren in de verschillende EOC’s en op het sectorcomité XVIII.

Chris Moortgat