Civiele bescherming 2.0: hoe N-VA’er Jambon bespaarde op hulpdiensten

 


De ramp van de overstromingen in juli legde opnieuw pijnlijk bloot hoe N-VA’er Jan Jambon de civiele bescherming gereorganiseerd (lees: kapot bespaard) heeft tijdens zijn mandaat als federaal minister van Binnenlandse Zaken tussen 2014 en 2018.


Ter herinnering, de vorige federale regering heeft vier van de zes kazernes gesloten: Jabbeke, Liedekerke, Ghlin en Libramont. Enkel de kazernes van Brasschaat (woonplaats van Jambon) en Crisnée bleven ‘gespaard’. Van de 313 personeelsleden die er zouden moeten zijn, zijn er vandaag slechts 263 posten ingevuld.

Tijdens zijn besparingen heeft Jambon de civiele bescherming gedecimeerd. Niet alleen het professioneel kader werd met 30 à 40 procent verminderd, ook honderden en honderden vrijwilligers die destijds verbonden waren aan de kazernes die gesloten zijn, kunnen niet meer ingezet worden.

Eind 2019 werd er een evaluatie gemaakt in de Kamer tijdens een parlementaire commissie. Daar maakte de ACOD al duidelijk dat ten gevolge van de besparingen de civiele bescherming haar kerntaken, met name de bescherming van de burgers, niet meer naar behoren kan uitoefenen.

Huidig minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden en de Waalse minister-president Elio Di Rupo hebben al in de media verklaard dat de reorganisatie van de civiele bescherming ‘herbekeken’ zal moeten worden. Hoe ze dit willen aanpakken, is op die moment nog onduidelijk.

De ACOD blijft de hervormingen van de vorige regering verwerpen en wil terug naar een sterke, goed uitgeruste en efficiënte civiele bescherming. Een die er is voor de burgers in nood. Besparingen op hulpdiensten hebben op korte of lange termijn altijd een impact op de bevolking. Hopelijk beseft de politiek dit nu ook na deze ramp.

 

Gino Hoppe

 

 


Documenten
1920x620-Passepartout.jpg