Een Europese culturele New Deal verpakt als een Bauhaus 2.0?

 


Nee bedankt voor het paard van Troje!


Het honderdjarige jubileum van de Duitse designschool Bauhaus inspireerde de Europese Unie tot enige opsmuk van haar crisisbeleid, dat ons de Brexit moet doen vergeten. Ursula von der Leyen, voorzitster van de Europese Commissie, zette haar herstelplan vorig najaar niet alleen in de markt als een Green Deal, maar tegelijk ook als een culturele ‘Bauhausbeweging’: kunstenaars, wetenschappers en industriëlen zullen samen onze duurzame toekomst vormgeven. Cultuur recycleren voor de economische relance? Meesurfen op het kunstenaarsgenie van Malevitsj, Mondriaan en Moholy-Nagy? Het moeten niet altijd de ‘Vlaamse’ meesters zijn.

Een groep enthousiaste cultuurwerkers en politici verbonden aan de Europese denktank Volta zag er een springplank in om meteen voor een Cultural Deal te pleiten, zo lazen we op 27 februari in De Standaard. Ze geven hun plan de toepasselijke naam Odysseus mee, die listige mythologische figuur, in een poging om zo de steun aan cultuur als een paard van Troje centraal op de beleidsagenda te krijgen. Meer cultuursubsidies: wie kan daar tegen zijn? Toch is de motivatie minstens even belangrijk.

Ook het Amerikaanse naoorlogse cultuurbeleid wordt terloops als voorbeeld gesteld voor onze cultuurpolitiek. Nochtans gebruikten de Verenigde Staten moderne kunst tijdens de Koude Oorlog als een propaganda wapen voor het ‘Vrije Westen’. Schilders als Jackson Pollock, Mark Rothko en Willem de Kooning, maar ook duizenden schrijvers, dichters en intellectuelen kregen miljoenen dollars steun van The Congress for Cultural Freedom, een CIA-campagne.

Cultuur kan tot meer Europese eenheid leiden, als tegengif voor het oprukkende nationalisme, klinkt het verder in het Odysseusmanifest. Bauhaus koos weliswaar bewust voor een schreefloos lettertype om elke herinnering aan nationale referenties te vermijden, maar universalisme stond voorop – de wereld als horizon! – niet zoiets als een gedeelde Europese identiteit. Zullen we dan aanmoedigen dat de EU in navolging van zovele nationalisten kunst en cultuur als een instrument gebruikt voor identiteitscreatie? Die natte Europese ons-kent-ons-droom spoort al snel met de conservatief-rechtse fantasie van een christelijke heimat waarin zuiderse en oosterse invloeden weggegomd zijn, ons wereldvermaard kolonisatieverleden witgewassen en de blik weggedraaid van de verzuipende vluchtelingen aan onze grenzen.


Klassenverzoening


Trouwens, is het Bauhaus als rolmodel wel een goed idee? Het is niet omdat de nazi’s het collectief verboden, dat het een progressieve club was. Creatieve ideeën, dat wel. Maar Walter Gropius en Mies van der Rohe collaboreerden. Een virulent seksisme, racisme en antisemitisme kenmerkten de modernistische school. “De Joden, dat vergif dat ik steeds meer haat, zijn de duivel”, schreef stichter Gropius tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn vrouw, soms ‘Mrs. Bauhaus’ genoemd, schreef in 1960 nog gelijkaardige ranzigheid. Johannes Itten, ontwerper van het Huis van de Witte Man (1921), vond dat het blanke ras het hoogste niveau van beschaving vertegenwoordigde. Het biologisch determinisme voerde in Bauhaus de boventoon: via kunst en architectuur zou men de maatschappij veranderen en de nieuwe mens doen opstaan.

De esthetische revolutie van Le Corbusier? Maak dat huizen en fabrieken geventileerd zijn, zodat de massa geen behoefte voelt om in opstand te komen. Klassenverzoening, zeg maar: gelukkige arbeiders zullen de ondernemende eigenaars met winst belonen. Het ontwerpen van het dagelijkse leven hoefde dus bepaald niet tot een sociale revolutie te leiden. Integendeel, cultuur zou socialisme overbodig maken, de uitbuiting veredeld. Le Corbusier deelde Hitlers droom Europa te herscheppen. “Geld, de Joden, de vrijmetselarij (...) al deze schandelijke constructies zullen worden ontmanteld”, schreef de wereldberoemde architect in een brief aan zijn moeder in 1940.


Culturele uitverkoop


Kiest de cultuurwereld voor Bauhaus als rolmodel, dan kiest hij bovendien voluit voor de ‘vermarkting’ van kunst en cultuur. De grote Bauhaustentoonstelling van 1923 diende om industriëlen als sponsors het hof te maken, waarbij de organisatoren ook niet nalieten een beroep te doen op hun racisme. Een Bauhaus-brief schreef Henry Ford aan als “u, die het voorrecht heeft om in een land te leven waar de bevolking vandaag de teugels van het Witte Ras in handen heeft”. Eens de sponsors aan boord, ging de subsidiekraan dicht. Tot zo ver het ‘publiek-private partnerschap’ waar het Odysseusmanifest op hoopt. Dat is ook wat de EU met haar cultuurbeleid Creative Europe beoogt: nieuwe markten en innoverende industrieën creëren door de publieke cultuursector om te vormen tot een marktgericht, commercieel verhaal waarin we het niet meer over kunst maar over ‘creatieve industrieën’ hebben. Het Bauhaus anno 2021? Denk Ikea er zelf bij, duurzaam is het alvast niet.


Een herstelbeleid als renaissance omschrijven, hopend op Verlichting als antwoord op obscurantisme, die stijlfiguur is al vaak misbruikt om te verhullen dat het vooral over centen gaat. ‘Verlichting’ verwijst overigens etymologisch naar de middeleeuwse boekverluchtingen, de vergulde gloed van een tekening die oplicht tijdens het lezen bij kaarslicht. Goudkoorts is sindsdien een bondgenoot met een lange schaduw.

Laten we dus niet pleiten voor een culturele uitverkoop, maar voor een groen licht voor de kunstwereld, zodra de wetenschap het veilig acht. Vanaf dan is er vooral nood aan correcte verloning, gegarandeerde minimumlonen en publieke investeringen in artistieke autonomie. Gewoon omdat cultuurmakers ons bestaan zinvol maken. Daar hebben we geen identitaire reclamepraatjes of neoliberaal potjeslatijn voor nodig.

 

Robrecht Vanderbeeken

 

 


Documenten
1920x620-Cult.jpg