Loopbaanonderbreking bij de lokale en regionale besturen

 


Personeelsleden bij de lokale en regionale besturen hebben niet zoveel mogelijkheden om een goede balans te vinden tussen werk en privé. Door de invoering van het Vlaams zorgkrediet in 2016 en de gelijktijdige afschaffing van de loopbaanonderbreking eindeloopbaan en de loopbaanonderbreking zonder motief, werden de periodes al grondig ingekort. Wat kan nu nog wel? Welke mogelijkheden heb je om een pauze in je carrière in te lassen?


Naast het zorgkrediet kan een personeelslid ook nog gebruik maken van de federale thematische verloven ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof. Bij koninklijk besluit van 5 mei 2019 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de thematische verloven worden enkele aanpassingen doorgevoerd aan de mogelijkheden tot onderbreking van de loopbaan voor ouderschapsverlof en verlof voor medische bijstand. De wijzigingen gingen in op 1 juni 2019.


1/10de ouderschapsverlof


Voortaan kan je ook ouderschapsverlof aanvragen voor een halve dag per week of een dag om de twee weken. Het gaat om 40 maanden 1/10de, op te nemen in periodes van minimum 10 maanden. Een belangrijk verschil met de andere vormen van ouderschapsverlof (voltijds, halftijds of 1/5de) is dat het geen recht voor het personeelslid is. Je hebt dus het akkoord van je werkgever nodig. Voor de volledigheid geven we mee dat je van de 1/10de ouderschapsverlof slechts gebruik kan maken als je voltijds werkt (zoals voor 1/2de en 1/5de).


Flexibilisering van het ouderschapsverlof


De wijziging bij KB van 5 mei 2019 neemt de mogelijkheid op om andere periodes van onderbreking toe te laten. Opgepast: dit wordt niet ingeschreven als een recht. Het akkoord van je werkgever is noodzakelijk. Volgende flexibilisering wordt opgenomen:

► Bij voltijdse loopbaanonderbreking:
- Je kan ouderschapsverlof aanvragen in periodes van weken (in plaats van de minimumperiode van één maand). De maximale periode van ouderschapsverlof bedraagt in dat geval 16 weken (een maand wordt gelijkgesteld met 4 weken), en een week wordt gelijkgesteld met 7 kalenderdagen (weekends zijn inbegrepen).
- Aanvragen van periodes van een week kunnen maximaal verspreid worden over 3 maanden.
- Enkel als het overblijvende saldo minder dan een maand bedraagt, is er geen akkoord van de werkgever noodzakelijk.

► Bij halftijdse loopbaanonderbreking:
- Je kan halftijds ouderschapsverlof aanvragen in periodes van maanden (in de plaats van de minimumperiode van 2 maanden).
- Enkel als het overblijvende saldo minder dan twee maanden bedraagt, is er geen akkoord van de werkgever noodzakelijk.

► Opgelet: bij opsplitsing in weken (bij voltijdse onderbreking) of in maanden (bij halftijdse onderbreking):

Bij combinatie van de verschillende vormen van onderbreking, moet je er rekening mee houden dat 4 weken volledige onderbreking gelijkgesteld worden aan 1 maand volledige onderbreking. Aangezien je enkel een maand volledige onderbreking kunt omzetten in een andere prestatieverminderingsbreuk (1/2de, 1/5de of 1/10de), is het zo, dat bij het opdelen van de volledige onderbreking per week, enkel het resterende saldo gelijk aan een maand of een veelvoud ervan kan worden omgezet. Als de halftijdse onderbreking in maanden wordt opgesplitst, moet het saldo minstens gelijk zijn aan 2 maanden of een veelvoud ervan om het te kunnen omzetten in een andere vorm van onderbreking.

  • Een voorbeeld: Je hebt 13 weken volledige onderbreking gekregen met akkoord van de werkgever. Je hebt dus nog maar een saldo van 3 weken over. Aangezien dat geen maand is, kan dat saldo niet worden omgezet in een halftijdse onderbreking, een onderbreking met 1/5de of met 1/10de. Dat saldo kan je enkel opnemen als volledige onderbreking. Je hebt daarvoor geen akkoord van je werkgever nodig.

Flexibilisering van het verlof voor medische bijstand


Ook voor het verlof voor medische bijstand wordt de mogelijkheid opgenomen om andere periodes van onderbreking toe te laten. Het is evenmin ingeschreven als een recht. Het akkoord van je werkgever is dus noodzakelijk. Een weigering door de werkgever moet schriftelijk meegedeeld worden aan de werknemer binnen de twee werkdagen na ontvangst van de schriftelijke aanvraag van de werknemer.

De flexibilisering kan enkel worden toegelaten bij een voltijdse onderbreking. De minimale aanvraagperiode kan dan opgesplitst worden in weken (in plaats van in maanden). Het wordt een beetje beperkend ingeschreven in het KB: “De werknemer kan de minimumperiode van één maand inkorten tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.” Belangrijk is dat één week wordt gelijkgesteld met 7 kalenderdagen (weekends zijn inbegrepen).

Voor het resterende gedeelte van de maximumperiode van voltijds verlof voor medische bijstand, dat minder dan een maand bedraagt, is geen akkoord van de werkgever nodig.

De werkgever heeft bij flexibilisering geen recht van uitstel (behalve in het geval dat het resterende saldo kleiner is dan een maand).


Palliatief verlof


Het gaat hier reeds over een oudere wijziging, maar vanaf 1 februari 2017 bedraagt het palliatief verlof voor een voltijds personeelslid per patiënt 1 maand, hetzij voltijds, hetzij deeltijds (1/2de of 1/5de), met de mogelijkheid om maximaal tweemaal te verlengen met 1 maand. Per patiënt beschik je dus over een maximumduur van 3 maanden verlof.


Bedragen onderbrekingsuitkeringen thematische verloven


Gelet op de indexering van de bedragen en de aanpassingen ervan, geven we graag de huidige bedragen weer, geïndexeerd op 1 september 2018. Het gaat om een maandelijkse forfaitaire uitkering toegekend door de RVA:

 

 

Bedrag
Bedrag alleenwonende werknemer

 

Bruto

Netto

Bruto

Netto

Voltijds

€ 834,90

€ 750,33

€ 834,90

€ 750,33

Halftijds

€ 417,44 (1)

€ 345,85 (1)

€ 417,44 (1)

€ 345,85 (1)

€ 562,77 (2)

€ 466,26 (2)

€ 562,77 (2)

€ 466,26 (2)

1/5de

€ 141,62 (1)

€ 117,34 (1)

€ 141,62 (3)

€ 117,34 (3)

€ 212,42 (2)

€ 175,99 (2)

€ 190,44 (4)

€ 157,78 (4)

 

 

€ 212,42 (2)

€ 175,99 (2)

 

(1) jonger dan 50 jaar

(2) 50 jaar of ouder

(3) alleenwonende werknemer, jonger dan 50 jaar, en zonder kinderen ten laste

(4) alleenwonende werknemer, jonger dan 50 jaar, met één of meerdere kinderen ten laste


Het Vlaams zorgkrediet


Ook aan de regeling van het Vlaams zorgkrediet werden al enkele wijzigingen doorgevoerd. De belangrijkste:
-
 Sinds 1 januari 2019 wordt een correcte aanvraag ingediend met een elektronisch aanvraagformulier dat door het departement Werk en Sociale Economie ter beschikking wordt gesteld en dat de aanvraag én de bewijsstukken behelst. Indien het voor de werknemer onmogelijk is om gebruik te maken van een elektronisch aanvraagformulier, neemt het personeelslid of de werkgever contact op met het departement. Het departement zoekt in overleg met het personeelslid of de werkgever naar een passende oplossing om de aanvraag in te dienen. Met andere woorden, een schriftelijke aanvraag wordt eigenlijk onmogelijk gemaakt.
- Ook pleegvoogdij wordt aanvaard om te zorgen voor een kind tot en met 12 jaar.

Ook hier geven we de nieuwe bedragen van de onderbrekingsuitkeringen weer, geïndexeerd op 1 september 2018:

 

 

Bedrag
Bedrag alleenstaande ouder

 

Bruto

Netto

Bruto

Netto

Voltijds

€ 548,29

€ 492,75

€ 548,29

€ 492,75

Halftijds

€ 286,11

€ 237,04 (1)

€ 343,33

€ 284,45

€ 200,28 (2)

€ 185,97 (3)

1/5

€ 136,29

€ 112,92

€ 208,08

€ 172,39

 

(1): alleenwonend of uitsluitend samenwonend met een of meerdere kinderen, waarvan minstens 1 ten laste

(2): samenwonend jonger dan 50 jaar

(3): samenwonend ouder dan 50 jaar


Besluit


Uiteraard is het een goede zaak dat er bijkomende mogelijkheden komen voor de personeelsleden om ouderschapsverlof of verlof voor medische bijstand op te nemen. Een halve dag ouderschapsverlof per week opnemen, zal zeker een oplossing bieden om voor opvang op woensdagnamiddag te kunnen zorgen. Daarom is het extra jammer dat dit verlof niet ingeschreven is als een recht, maar afhankelijk gemaakt wordt van een goedkeuring van de werkgever. Er zijn al zo weinig mogelijkheden om de werk-privébalans in evenwicht te houden. Bovendien zijn de opgesomde verloven zo onderhevig aan attesten, dat we toch kunnen stellen dat dit geen plezierverloven zijn, maar noodzakelijke verloven om bepaalde situaties op te vangen. Hiervoor gaan bedelen bij de werkgever en dan nog het risico lopen dat het geweigerd wordt, is voor ons moeilijk te begrijpen.

Meer nog, terwijl er voor het verlof voor medische bijstand modaliteiten worden uitgeschreven waaraan de werkgever zich moet houden bij een weigering (namelijk binnen de twee werkdagen en schriftelijk), vinden we deze modaliteiten niet terug bij het ouderschapsverlof. We mogen hopen dat dit een vergetelheid betreft en dat ook voor ouderschapsverlof een schriftelijke motivering binnen beperkte tijd vereist is.

Verder heeft ACOD LRB ook een protocol van niet-akkoord afgeleverd ten aanzien van de digitalisering van het Vlaams zorgkrediet. Hierdoor zullen sommige personeelsleden immers niet meer in de mogelijkheid zijn om op eigen kracht hun zorgkrediet aan te vragen. Op die manier leidt het tot sociale uitsluiting of tot een versterking van bestaande ongelijkheden.

Tot slot kunnen we als ACOD LRB enkel besluiten dat de mogelijkheden om de loopbaan te onderbreken veel te beperkt zijn. Dit is onhoudbaar op lange termijn. Veel personeelsleden zullen op een bepaald ogenblik geblokkeerd zijn in mogelijke verloven en kunnen vervolgens enkel nog terecht in de vormen van onbetaald verlof. Ook hier wordt de ongelijkheid versterkt. We zullen blijven ijveren om de mogelijkheden uit te breiden of een vorm van arbeidsduurvermindering mogelijk te maken.

► Voor gedetailleerde informatie over de verschillende verloven kan je steeds terecht bij je gewestelijke secretaris.


Willy Van Den Berge, Gert Vlasselaer

 

Dit artikel verscheen in Tribune 75.07