Interview met Merjem en Tim, afgevaardigden in het hoger onderwijs


“De mensen merken dat de vakbond actief is en spreken ons aan”

Merjem Ouelhadj, 42 jaar met een zoontje van 4 en dochter van 9, is opleidingshoofd bachelor verpleegkunde aan de Erasmushogeschool in Brussel. Ze is deeltijds vrijgesteld als afgevaardigde. We interviewden haar samen met Tim Vandenberghe, één van onze afgevaardigden aan de Vrije Universiteit Brussel. Tim is 35 jaar en net voor de eerste keer vader geworden. Hij is bibliotheekmedewerker aan de VUB en halftijds vrijgesteld voor zijn syndicaal werk.

- Jullie zijn afgevaardigden in een universiteit of hogeschool. Jullie hebben dus niet één leraarskamer waar jullie alle collega’s zien. Via welke kanalen communiceren jullie dan met de leden?

Merjem Ouelhadj: “We hebben verschillende kanalen, maar werken vooral informeel. De mensen kennen ons als afgevaardigden en komen spontaan naar ons toe. Dan is het vaak ook een voordeel dat we niet allemaal samen in een grote ruimte zitten en er wat meer discretie is. Daarnaast sturen we ook ‘Vakbondig’ rond, een mailing met syndicaal nieuws.”
Tim Vandenberghe: “Wij communiceren ook via mailing. Af en toe sturen wij een nieuwsbrief rond. Wij proberen ook een kern van actieve leden en militanten te cultiveren die overal – in alle diensten, op ieder echelon, op alle campussen – de ogen en oren van de vakbond zijn. Zij zijn een aanspreekpunt voor de leden en niet-leden en kunnen hen eventueel naar ons doorsturen.”

- Jullie spreken allebei in het meervoud. Zijn jullie dan met meer dan één afgevaardigde?

Merjem Ouelhadj: “Wij zijn met twee – mijn collega Geert en ik – voor vijf campussen. Wij bereiken de mensen dus vooral door mond-aan-mond-reclame en door onze aanwezigheid in allerlei overlegorganen. Ook de CPBW’s zijn een manier om met de mensen in contact te komen.”
Tim Vandenberghe: “Inderdaad, met de rondgangen langs de werkplekken in het kader van het CPBW merken de mensen dat er een vakbond actief is en spreken ze ons aan. Mensen staan er niet altijd bij stil dat er ook op hun unief een vakbond is.”

- Voel je soms onder de collega’s vijandigheid jegens de vakbond?

Merjem Ouelhadj: “Ja, maar ik probeer dat altijd te counteren, ook al is dat niet gemakkelijk. Zo had ik een collega wiens studiedag in het water viel door een stakingsactie. Wat later moest hij ergens naartoe en net die dag was er een staking van het openbaar vervoer. Zulke mensen kan je moeilijk overtuigen van het nut van die actie, want zij ondervinden rechtstreeks het effect ervan.”
Tim Vandenberghe: “Het is ook heel vermoeiend om die discussies te voeren, want het zijn altijd dezelfde clichés die je te horen krijgt.”

- Wat maakt jullie vandaag de dag als syndicalist echt boos?

Tim Vandenberghe: “Als je kijkt naar het beleid dat de diverse regeringen de laatste jaren gevoerd hebben, niet alleen voor het onderwijs, maar voor alle werknemers tout court, dan kan je niet anders dan boos zijn, dan moet je wel in verzet gaan.”
Merjem Ouelhadj: “Ik ben eerder bezorgd dan boos, als ik zie hoe de situatie in het hoger onderwijs evolueert. Vooral om het personeelsstatuut maak ik me zorgen. Ik zie ook dat we door de regering niet gehoord worden als het gaat over de rechten van het personeel, werkdruk of financiering. We krijgen voortdurend de boodschap dat we meer moeten doen met minder geld.”
Tim Vandenberghe: “Dat klopt. Het financieringsmodel begint de kwaliteit van het onderwijs en van het onderzoek meer en meer in het gedrang te brengen. Ook het welzijn van de personeelsleden lijdt daaronder.”
Merjem Ouelhadj: “Dan zie je dat capabele en gedreven mensen het opgeven omwille van de werkdruk en omdat ze geen werkzekerheid hebben. Dat is spijtig.”

- Zijn er aan jullie job ook frustrerende kanten?

Tim Vandenberghe: “Vaak moet je tegen muren opboksen. Als je op een vergadering opbouwende kritiek levert of een constructief voorstel doet, krijg je vaak een reactie als ‘het komt van de vakbonden, dus zijn we ertegen’.”
Merjem Ouelhadj: “Ik kan me daarbij aansluiten. Ik heb soms de indruk dat een boodschap wel zou aanvaard worden, als ze van een andere partner zou komen. Omdat ik in zoveel organen zit, kan ik dat voor een stuk opvangen. Mij frustreert het meer dat de collega’s zo moeilijk te mobiliseren zijn. Ze gaan gebukt onder de werkdruk en zijn moeilijk tot actie te bewegen. Dát is pas frustrerend, want zonder actie kan je niets realiseren.”

- Het hoeft niet altijd kommer en kwel te zijn. Er zijn vast ook dankbare aspecten aan hetgeen jullie doen?

Merjem Ouelhadj: “Het dankbare is dat je de informatie die je hebt als afgevaardigde, kan delen met mensen die vaak hun weg niet vinden in dit kluwen. Je kan jezelf nuttig maken en tijdens onderhandelingen kan je een positie aannemen in het belang van beide partijen.”
Tim Vandenberghe: “Ik vind het zeer dankbaar dat je samen met een team kan strijden voor hetzelfde doel.”

- Met welke klachten komen de leden naar jullie toe?

Merjem Ouelhadj: “Conflicten met een leidinggevende of een collega, welzijn op het werk, vragen over rechten of verlofmogelijkheden,… Soms komen ze met voorstellen over duurzaamheid en willen ze meewerken aan een groene campus. Ik krijg ook veel vragen over ziekteverlof, pensionering en zwangerschap.”
Tim Vandenberghe: “De laatste jaren boomt het aantal vragen over psychische klachten: werkdruk, burn-out,… Mensen vragen ons om hulp en uitleg. Die evolutie is echt frappant. Bijna iedere week krijgen mijn collega Jo en ik wel iemand over de vloer die het niet meer ziet zitten en komt uithuilen.”
Merjem Ouelhadj: “Dat uithuilen, dat zie ik minder. Bij ons komen mensen meer voor informatie over verlofmogelijkheden, alsof ze die burn-out op voorhand voelen aankomen.”

- Heeft je werk als afgevaardigde ook impact op je thuissituatie?

Tim Vandenberghe: “Ik heb eigenlijk een nine-to-five-job, maar omdat ik afgevaardigde ben, komen daar ’s avonds regelmatig vergaderingen bij en breng ik wel eens werk mee naar huis. Tot voor kort was ik alleen met mijn vrouw en gaf dat geen problemen, maar nu ons kindje er is, zullen wel zien.”
Merjem Ouelhadj: “De vergaderingen volgen een vast patroon en dat kan je mooi plannen. Maar als een lid met een probleem zit en je hulp nodig heeft, dan moet je onmiddellijk reageren, ook ’s avonds en in het weekend.”

- Tim, heb jij een boodschap voor de jonge collega’s?

Tim Vandenberghe: “Da’s een lastige vraag. Ik zou zo veel kunnen zeggen. Het belangrijkste is dit: we zitten als werknemers allemaal in hetzelfde schuitje, we moeten de handen in elkaar slaan om voor onze rechten te blijven vechten. Dat was vroeger belangrijk en dat is nu nog altijd belangrijk.”

- De laatste vraag is voor jou, Merjem. ACOD Onderwijs doet het de laatste jaren zeer goed, maar niets is voor eeuwig. Waarop moeten wij inzetten, willen wij blijven groeien en bloeien?

Merjem Ouelhadj: “Nog meer informeren en proactief te werk gaan, niet alleen acties voeren die de media halen. We moeten ook meer bottom-up gaan werken en onze leden vaker bevragen. Als we weten wat voor hen belangrijk is, kunnen we onze koers mee daardoor laten bepalen.”

► Je kan de volledige versie van dit interview lezen op www.acodonderwijs.be